Hierbij de gevelsteen van het geboortehuis van onze Amsterdamse stamvader 'deurwaarder der rijksbelastingen' Johannes Henricus Josephus Hofhuis. Hij is op 12 februari 1831 geboren in het huis dat toen het adres NZ Achterburgwal 5 had; na de demping van de gracht in 1867 en de 19e eeuwse omnummering krijgt het huis het adres Spuistraat 295 (foto uit 2016 hierbij).
In dit huis woont in 1831 Johannes’ moeder Angelina Hoffhuis in bij haar oom Herman Ruscheblat, zijn vrouw Johanna van Harxen en Johanna's dochter Hendrica van haar in 1802 overleden eerste man Antonie Avink.
De gevelsteen zit al in het huis dat in de 17e eeuw op deze plek staat. Dan is de Nieuwezijds Achterburgwal nog een gracht. Het huis staat dan bekend onder de naam “De Loosman”.
Dat zit zo: rond 1660 is het pand eigendom van glazenmaker Jan Lootsman Jansz. Jan woont er al vanaf 1647. Hij koopt het huis op 1 juni 1660 voor f. 2050,- van Balthasar Schouten, koopman, en van Cornelio Moyaert, ook koopman en familie van de 17de-eeuwse schilder Claes Moyaert. Met een zinspeling op zijn naam noemt Jan Lootsman het huis “de Loodsman”. Hij beeldt dit af met een man die met een peillood het water peilt, en schrijft daaronder, zoals men zijn naam toen ook uitsprak: “De Loosman”.
Jan Lootsman is niet lang eigenaar van het huis. In 1678 gaat het over in handen van Herman van Hattum, en daarna verandert het nog een aantal keer van eigenaar. In 1789 koopt Antonie Avink het huis voor fl. 2200. De notaris beschrijft dan het huis in de koopakte: ‘een huys en erve, staande en gelegen op de Nieuwe Zijds Agterburgwal, oostzijde, het zesde huys te noorden het Spuy daar de Loodsman in de gevel staet’.
Omstreeks 1800 wordt het huis vernieuwd, maar de gevelsteen blijft gespaard. Antonie Avinks vrouw Johanna van Harxen heeft in het huis een bank van lening. Na haar overlijden in 1833 woont haar tweede man Herman Ruscheblat er nog tot eind 1835. Daarna wonen er Johannes Hermanus Hofhuis (een halfbroer van Angelina Hoffhuis) en zijn vrouw Johanna F. van Harxen, een nicht van Johanna van Harxen, de vrouw van Herman Ruscheblat. Johanna F. van Harxen zet de bank van lening van haar tante Johanna vanaf 1836 voort tot circa 1885.
Het huis is in 1933 nogmaals gerenoveerd - 'opgetopt' - door de gemeente Amsterdam en A. J. Dorrius, eigenaar van het aangrenzende Restaurant Dorrius.
Rond 1942 zit in het pand het sigarenmagazijn van J. Rennette. Daarna huisvest het tot 2025 o.a. het Indonesisch restaurant ‘Kantjil & de Tijger’.
____________